Bij Werk en inkomen is het verschil (€2 miljoen) met de rijksinkomsten nog steeds door specifieke uitkering bijstand (BUIG) en SW (deel Participatiebudget) zichtbaar. Daar blijft de Rijksvergoeding met bijna € 2 miljoen achter.
Bij minimabeleid is sprake van een stijging van 8% (€ 1 miljoen). Deze stijging bestaat voor ongeveer 3% uit prijsstijgingen. De overige 5% is groei.
Voor de WMO is het beeld nog complexer. De extra bijdrage voor gemeenten is daar € 1,9 miljoen.
Bij de apparaatslasten is sprake van stijging van de kosten door loon- en prijsstijgingen van € 1 miljoen
In het budget voor de apparaatslasten is geen stijging opgenomen voor extra benodigde personele capaciteit als gevolg van de stijging van de klantaantallen. Uitgangspunt is dat die groei kan worden opgevangen binnen de huidige personele capaciteit door verbetering van de automatisering binnen de werkprocessen. In de risicoparagraaf is een post opgenomen voor het risico dat de ICT verbetering achterblijft.

